
Je kunt hier in Andalusië prima eten. Heel veel gewoon spul als paella en tapas maar dan net even anders dan thuis natuurlijk, maar ook wat exotischer lekkers. Zo zit er vlak bij onze B&B een mooi restaurantje waar je afgelopen zondag een heerlijke mince-and-onion pie kon krijgen, compleet met mushy peas en yorkshire pudding. Echt lokaal heb ik me laten vertellen, want die lui zitten hier al vijfentwintig jaar.
Maar maandag was die zaak dicht, dus moesten we wat anders gaan zoeken. Geen straf, natuurlijk, want er is hier genoeg. Volgens de B&B-mensen moesten we de indiër op de hoek maar eens proberen. Echt héél goed, zeker weten. Nou zijn we hier niet zo bekend, dus het was even zoeken, maar uiteindelijk zagen we toch, naast de drukke pizzeria, een lange grijze man voor een leeg etablissement staan met “Palace of India” er op. Hebbes!
Er waren heel veel vrije tafeltjes en binnen een minuut bracht de grijze man al een schaal popadoms met dipsausjes, dus dat ging al goed en de bestelde pints stonden er ook zomaar!
Toen bleef de grijze man bij onze tafel staan wachten terwijl wij het menu bestudeerden, en daar werd ik toch wat ongemakkelijk van. Eerst maar een soepje? What kind? Vroeg hij op strenge toon. Nou, vegetable maar, kijken wat ze daarvan bakken. Medium or mild?
Jeetje, voor soep al? En ik weet uit ervaring dat je daarmee moet oppassen, want medium kan variëren van wel lekker pittig via bloody hot tot hellfire, maar we zijn op vakantie en wie de dood vreest is een lafaard, niet dan? “Medium.” zei ik stoer. Mijn vrouw is wat verstandiger dan ik en die hield het maar op mild. Maar hij ging nog niet weg. “And the main course?” Iets met kip en wat groentes, ook maar medium. Mijn vrouw was nog steeds verstandig, die koos weer voor mild.
Toen was hij even weg, maar binnen luttele minuten stond hij er weer, met twee diepe schalen rokende rode soep. Wie weet wat voor groente daar in zit? dacht ik nog.
De soep bleek dubbel heet, niet alleen van temperatuur, maar ook van mate van terugbijten. Per hap ging het meer pijn doen. Eerst de lippen, dan steeds verder totdat je de blaren in de bek had. Maar ik hád medium besteld, dus eigen schuld.
Maar mijn vrouw leed ook al in stilte, dus ik vroeg maar eens om een hapje. Dat was ook al zo heet! En ze had mild besteld! Foute boel! Dat zei ik ook, en daarop schoof ze het bord weg: “Ik doe het niet langer.” Maar daar stond de grijze man alweer: wat er aan de hand was? Too hot. Waarom had ze dan medium besteld? Had ze niet, zeiden wij. “Where are you from?” vroeg hij plotsklaps. “Netherlands.” “Holland.” sprak hij corrigerend. “No, Frisia.” zei ik toch maar.
Hij liet iemand de soep weghalen en bleef zelf staan. Of ik wel wist wat wij in Sri Lanka uitgevreten hadden? Huh? Waar gaat dit over? Nu werd hij fel: of wij geen geschiedenisles hadden op school? The Dutch in Sri Lanka, from 1640 to 1796! Of ik dat vergeten was! En hij stak een priemend vingertje in mijn richting met wat bijbehorende kwaaie blikken.
Ondertussen laveerde iemand om hem heen om onze hoofdgerechten neer te zetten, met een mandje wel heel vet naan brood, en we wilden al aanvallen maar zaten eerst nog even met de bezetting van Ceylon. Dus ik vertelde hem dat dat de VOC was en dat wij daar niks mee te maken hadden, maar hij was nu eenmaal bezig en ging helemaal los: nee, dat waren de Engelsen! Dus ik weer: meneer, er waren er twee, een Engelse en een Nederlandse, beide private ondernemingen, daar heb ik nooit iets mee te maken gehad, en ik nam eindelijk een hap, in de verwachting dat ik nu wel vrij snel in de hens zou staan.
Nee, dus. Het was géén medium! Zelfs geen mild. Eigenlijk smaakte het naar niks. Ik nam manmoedig nog een paar happen, maar het werd er niet beter op, dus ik keek mijn vrouw eens aan: is dat van jou wat? Ze schudde haar hoofd en zei: alleen een beetje weeïg. Tis niks. Naast onze tafel stond de grijze man nog steeds te tieren over de Nederlanders, de Engelsen en de Portugezen en wat die krengen allemaal aangericht hadden daar, en ik had het wel gehad. Vrijwel tegelijk schoven mijn vrouw en ik de borden weg. Daar schrok hij van. Wat er mis was? Maar net toen ik heel giftig wilde antwoorden kwam er een groepje Engelsen binnen en daar stoof hij op af. Toen die goed en wel bepopadomd waren richtte ik me fier op en zei: check, please. Daar schrok hij weer wakker van. Of we nog een glaasje very strong liquor wilden?
Nu was het mijn beurt om streng te kijken: “No. Just the check. Nothing more.”
Sierk Meijer, Fuengirola, Spanje, 12 oktober 2017.



